'Samen maken we de zorg beter'
Vroeger was ik nooit goed in gym en werd ik altijd als laatste gekozen. Daardoor vond ik bewegen ook niet leuk. Op mijn elfde verrekte ik mijn knieband en ging ik naar een fysiotherapeut, die met mij oefende om wel goed te kunnen bewegen. Dit gaf mij meer zelfvertrouwen in mijn kunnen en een goed bewegingsgevoel. Daardoor wilde ik zelf ook fysiotherapeut worden. Toen ik bij de opleiding ging kijken, viel het me echter tegen. Het leek alsof ze daar vooral werkten met massages en apparatuur om spieren te activeren en dat was niet wat ik in mijn hoofd had. Toen stelde mijn moeder voor om ook even bij de faculteit voor oefentherapie Cesar te kijken, waar we een zitpracticum volgden. Hoe zit je en kun je je eigen houding verbeteren? Daar zou ik leren om mensen met meer bewegingsgevoel te leren bewegen, dus ben ik die opleiding gaan doen.
Na mijn stages werkte ik een tijd als waarnemer bij verschillende praktijken. Later ging ik aan de slag bij een praktijk voor kinderoefentherapeuten, dus ben ik de post-hbo-opleiding kinderoefentherapie gaan doen. Daarna werkte ik een aantal jaren in het speciaal onderwijs, waar ik kinderen hielp met motorische problemen. Tot mijn huidige collega me benaderde en vroeg of ik bij haar in de praktijk wilde komen werken. Inmiddels werk ik hier al tien jaar. Ik ben gespecialiseerd in slapen, dat vind ik ontzettend interessant! Na de zomer ga ik me opnieuw specialiseren, dit keer in psychosomatiek. Nu ik me zo focus op slaap lijkt dat me een heel waardevolle aanvulling.
Mensen komen bij mij met vragen over pijn, slecht slapen, zorgen of onzekerheid over hun houding. Vervolgens kijk ik samen met hen wat zij in het dagelijks leven weer willen kunnen. Met oefeningen en andere strategieën help ik hen bijvoorbeeld om weer te fietsen, veiliger op te staan, beter te slapen of met meer vertrouwen te bewegen. Onlangs zag ik bijvoorbeeld een cliënt die al lange tijd last had van haar onderrug. Fysiotherapie, sporten, meer bewegen, ze had het allemaal geprobeerd maar de pijn bleef. Ik vroeg haar wat ze graag zou willen en ze gaf aan een dag pijnvrij te willen werken. Samen zijn we gaan kijken waar die pijn vandaan zou kunnen komen. Ik kwam erachter dat ze altijd op het puntje van haar stoel zit, met een hele holle onderrug. Dat zorgde voor veel spierspanning. De oefeningen van de fysiotherapeut om haar rug sterker te maken deed ze elke dag, maar het was voor haar juist belangrijk om haar onderrug meer te ontspannen. Ik maakte haar hier bewust van door haar te laten zien en voelen wat deze houding deed en hoe het zou zijn om op een andere manier te gaan zitten. Door dit dagelijks toe te passen verminderden de spierspanning en pijn en kreeg ze zelf meer regie over haar klachten.
Het mooiste vind ik wanneer ik mensen later weer tegenkom en hoor dat ze mijn adviezen nog steeds toepassen, dat is zo leuk!
Niet iedereen weet wat mijn vak inhoudt, dus leg ik het hier graag uit. Een oefentherapeut maakt mensen bewust van hun houding en manier van bewegen en kan zo gedragsverandering in gang zetten. We leren mensen anders kijken en bewegen en daardoor meer grip op hun klachten te krijgen. Wanneer iemand bijvoorbeeld bij me komt met pijn en daardoor onzeker is geworden, kijken we samen naar het beweeggedrag en hoe diegene dit zelf kan beïnvloeden. Door als het ware op de pauzeknop te drukken en te kijken naar hoe iemand onbewust de klachten in stand houdt, kan diegene oefeningen uitproberen en andere strategieën toepassen in het dagelijks leven. Zo krijgt iemand weer vertrouwen in zijn of haar lichaam en manier van bewegen.
Interprofessionele samenwerking
Ik zit in een gezondheidscentrum en werk daardoor regelmatig samen met artsen en praktijkondersteuners. Daarnaast werk ik vaak samen met ergotherapeuten, bijvoorbeeld als we bij mensen thuis komen omdat daar aanpassingen worden gedaan om verplaatsingen beter te laten verlopen, zoals in en uit bed of van de ene naar de andere stoel. Bij sommige cliënten kun je de beweeglijkheid niet laten toenemen, maar je kunt wel hun ruimte vergroten door hulpmiddelen als een scootmobiel of aangepaste fiets. Met de ergotherapeut kijk ik naar de belasting en belastbaarheid van cliënten. Samen helpen we cliënten om zelfredzaam te blijven. Vaak werk ik samen met thuiszorg en buurtzorg. Als een wijkverpleegkundige ziet dat iemand problemen heeft met bewegen, schakelt zij een ergotherapeut en oefentherapeut in. Binnen 48 uur worden mensen thuis bezocht. Elke 8-10 weken hebben we een cliëntenoverleg waarbij we onze cliënten een half uurtje doornemen en ook tussendoor hebben we veel contact.
De samenwerking met buurtzorg helpt heel goed bij oudere mensen die cognitief achteruitgaan. Als wij daar zijn, maken we regelmatig filmpjes met de oefeningen die de buurtzorgmedewerkers met de cliënt kunnen doen of laten we zien hoe ze bij verplaatsingen kunnen helpen. Soms gaan we ook samen op pad en doen we de oefeningen met de buurtzorg erbij. Op die manier maken we de zorg samen beter. Tot slot werk ik veel samen met podotherapeuten. Als voetklachten of de manier waarop iemand zijn voeten gebruikt een rol spelen in het bewegen, kan de podotherapeut vanuit zijn expertise goed aanvullen.
Blijven ontwikkelen
Voor mijn herregistratie lukt het mij altijd makkelijk om voldoende aan mijn deskundigheid te werken. Vaak doe ik zelfs meer dan nodig is voor mijn herregistratie. Maar ik doe het niet voor de punten hoor, ik vind het allemaal heel leuk. KP helpt me doordat ik in één oogopslag zie hoe mijn punten zijn verdeeld, waarin ik me meer kan verdiepen of in welke richting ik cursussen zou kunnen zoeken. Het is een mooie stok achter de deur om je te blijven ontwikkelen en jezelf te blijven prikkelen met nieuwe inzichten.
Zie je KP-registratie niet als verplichting, maar als een kans om te ontdekken waar je potentie ligt om te kunnen groeien
Stagebegeleiding is bijvoorbeeld heel leuk om te doen. Door dit samen met mijn collega te doen, die meer met ouderen en mensen met Parkinson werkt, ziet de stagiair twee verschillende werkvelden en kunnen we goed met elkaar sparren. Zelf leer ik daar ook veel van, want stagiairs stellen veel vragen en daardoor kijk ik nog kritischer naar mijn eigen handelen.
Ook zit ik in een Intercollegiaal Overleg (IO), waarin we met collega’s kennis en ervaringen uitwisselen door middel van intervisie, sprekers ontvangen en samenwerken aan kwaliteit en wetenschap. Daarnaast bezoek ik netwerkbijeenkomsten voor paramedici en volg gedurende het jaar verschillende workshops en cursussen. Ik hou ervan om nieuwe inzichten op te doen en die direct in de praktijk toe te passen. Ook vind ik het interessant om inzichten vanuit de wetenschappelijke literatuur toe te passen. Zo hebben we ons tijdens een recent IO verdiept in belasting en belastbaarheid bij mensen met een burn-out.
Rond diezelfde tijd volgde ik een nascholing van een neurowetenschapper en slaapexpert. Vanuit zijn theorie heb ik veel nieuwe dingen opgepakt en in de praktijk toegepast. Als oefentherapeut kun je heel veel doen met slapen en tijdens deze scholing leerde ik over de relatie tussen pijn en slapen en hoe dat elkaar in stand kan houden. De relatie tussen slapen en andere klachten zag ik recent terug bij een cliënt, zij had een hartinfarct gehad en werd daarna heel angstig rond slapen. Ook was ze erg aangekomen, bewoog minder en kon tijdelijk niet meer werken. De diëtist stuurde haar naar mij door omdat de cliënt heel slecht sliep en afvallen niet lukte. In het gesprek kwam ik erachter dat ze geen structuur meer in haar dag had en ’s nachts niet kon slapen, waardoor ze dat overdag veel deed. Samen hebben we kleine stappen gekozen om haar weer naar een gezond ritme toe te brengen. De cliënt is de hond van de buurvrouw gaan uitlaten om meer te bewegen en in samenspraak met de diëtist kozen we vaste eetmomenten uit. Ook vroeg ik haar om niet meer overdag te slapen, maar wel bewust overdag rustmomenten te plannen van zo’n 20 minuten, met een wekker om te voorkomen dat ze lang in slaap zou vallen. Dit zorgde ervoor dat ze in de middag meer energie had, daardoor minder ging snoepen en op een vast tijdstip naar bed ging, waarna ze de hele nacht weer kon doorslapen. De angst om te slapen nam af en het lukte de cliënt om af te vallen. Met kleine oefeningen, aanpassingen en bewegen kunnen mensen weer slapen!
Zorg verlenen zit in mijn hart
Ik zie dat oefentherapeuten steeds specialistischer worden in hun vak en dat het verschil tussen oefentherapie en fysiotherapie daardoor steeds duidelijker wordt. Ons specialisme is echt de houding en het dagelijks bewegen. Binnenkort ga ik me nog verder specialiseren, dit keer in de psychosomatiek. Dat lichaam en geest met elkaar verbonden zijn, dat weten we al lang, maar ik merk dat mensen in de coronatijd hebben ervaren hoe het is om minder stress te hebben door vanuit huis te werken. Nu mensen weer naar kantoor gaan, loopt die stress weer op. In mijn praktijk zie ik steeds meer mensen met hyperventilatie, werkstressklachten en burn-out. De psychische gezondheidszorg staat zwaar onder druk en ik hoop door deze verdieping een steentje bij te kunnen dragen. Bij hyperventilatie kan een oefentherapeut mensen bijvoorbeeld leren hoe ze deze verstoorde ademhaling kunnen verhelpen zonder bewust op de ademhaling te hoeven concentreren. In de praktijk zijn we vooral lichamelijk aan het oefenen, maar de psyche speelt een hele grote rol. Daar wil ik me verder in verdiepen, zodat ik mensen nog meer ondersteuning kan aanbieden.
Mijn vak is ontzettend leuk. Zorg verlenen zit in mijn hart, maar daardoor loop ik het risico om mezelf voorbij te lopen. Daar heb ik het afgelopen jaar ook aan gewerkt. Dat is iets wat ik andere paramedici ook graag wil meegeven. Zorg ook goed voor jezelf, dan kun je de beste zorg aan anderen verlenen!