'Mijn werk is elke dag een feestje'

Mariëlle
Orthoptist

Wat ik later wilde doen, wist ik lange tijd niet. Ik wilde iets in de zorg doen, maar het liefste niet ’s avonds of ’s nachts. Op een open dag in Utrecht, waar veel opleidingen bij elkaar zaten, kwam ik toevallig bij orthoptie terecht. Ik had geen idee wat dat was, maar ik luisterde naar hun verhaal en wist: dit is het. De oogzorg, werken met kinderen en volwassenen, de praktijklessen, het sprak me zo aan dat ik ook niet verder hoefde te zoeken.

Na die studie heb ik ook nog de opleiding optometrie gedaan, wat ik combineerde met werken in een optiekzaak. Uiteindelijk koos ik er wel voor om alleen als orthoptist verder te gaan. Als orthoptist werk je heel zelfstandig. Ik werk graag samen, maar wil niet op andere mensen hoeven wachten. Op een gegeven moment kreeg ik een mailtje van een orthoptist uit mijn netwerk, met de vraag of ik iemand kende die in het ziekenhuis wilde komen werken. Toen stuurde ik meteen zelf mijn CV en een brief. Ik ben geen type om brillen te verkopen en wilde echt het medische in. Ik mocht op gesprek komen en werd vervolgens aangenomen. Vorige maand vierde ik hier mijn 12,5-jarige jubileum.

Mooie veranderingen

Mijn werk is elke dag echt een feestje. Ik zie dat ik dingen kan veranderen voor de mensen die ik help. Kinderen gaan weer met plezier naar school doordat ze weer goed kunnen zien. Mensen kunnen weer fietsen, autorijden en tv kijken. Ik help mensen die dubbelzien om weer enkelziend door het leven te gaan. De allerkleinste kinderen komen angstig naar binnen en gaan weer lachend naar buiten. Ze komen echt vanaf hun geboorte al bij me langs. Zo’n 80 procent van mijn cliënten zijn kinderen, de andere 20 procent zijn volwassenen die bijvoorbeeld door diabetes, schildklierafwijkingen, hersenletsel, een oogkasbreuk of ander trauma hulp nodig hebben. Daardoor is het belangrijk om ook kennis te hebben van heel veel andere afwijkingen. Gelukkig kan ik altijd overleggen met de neuroloog of oogarts. Zo versterk je elkaar.

Naast samenwerkingen met collega’s binnen de oogheelkunde werk ik ook regelmatig samen met revalidatieartsen, contactlensspecialisten, de GGD, huisartsen, kinderartsen, KNO-artsen en fysiotherapeuten. Je kunt niet alles weten, maar als iets opvalt, dan kun je dat altijd benoemen en alsnog iets voor iemand betekenen door diegene door te verwijzen. Zo zag ik eens een cliënte van in de 80 die van de fiets was gevallen en sindsdien bij de revalidatiearts, oogarts en neuroloog was geweest, maar overal was weggestuurd omdat de problemen opgelost zouden moeten zijn. Via de oogarts kwam ze bij mij terecht en samen kwamen we erachter dat de verwerking van het beeld niet meer goed ging. Dan kunnen je ogen nog zo goed zijn, maar als het brein de beelden niet goed kan verwerken, krijg je alsnog klachten. Ik heb haar uiteindelijk doorgestuurd naar de Koninklijke Visio, een expertisecentrum voor blinden- en slechtziendenzorg. Het probleem van de cliënt konden we niet oplossen, maar we konden haar wel uitleggen waar het vandaan kwam en haar erbij begeleiden. Ze voelde zich hierdoor eindelijk gehoord.

Samen keuzes maken

Ook wanneer iets wél binnen mijn vakgebied valt, gaat mijn werk veel verder dan alleen de ogen. Een veelvoorkomende klacht waar je als orthoptist mee te maken krijgt, is een lui oog. Dit kan het beste behandeld worden op jonge leeftijd. Soms wil een kind geen bril dragen of het luie oog niet laten afplakken, wat thuis een hoop strijd kan opleveren. Kinderen zijn heel allergisch voor dingen ‘moeten’. Daarom is het belangrijk dat ik goed met kinderen in gesprek ga en eventueel een alternatief zoek waar ze wel mee akkoord gaan. Door kinderen keuzes te geven en goed mee te nemen in het proces, zorg ik ervoor dat het thuis een stuk gezelliger wordt. Dan draait een dag niet meer alleen om het luie oog.

Goed luisteren naar wat mensen nodig hebben en willen, dat is ook het advies dat ik stagiaires meegeef. Denk niet te theoretisch, ga samen op zoek naar een oplossing voor het dagelijks leven. Bij mij mogen stagiaires meteen met cliënten aan de slag gaan, want het gevoel voor hoe je met cliënten omgaat, dat leer je alleen in de praktijk.

Hoe meer ervaring je opdoet, hoe meer zelfvertrouwen je krijgt. Dat geeft cliënten ook vertrouwen in jouw professionele advies

Dat betekent natuurlijk niet dat de theorie niet belangrijk is. Door stagiaires te begeleiden moet ik zelf ook weer de theorie in, en aangezien die wel eens verandert, houdt dat me scherp. Ik zit nu 15 jaar in het vak en leer nog steeds nieuwe dingen. Ik heb vorig jaar een cursus gevolgd rond het omgaan van angstige cliënten. Daar leerde ik dat de manier waarop je de behandeling uitvoert ook heel belangrijk is. In mijn geval vraag ik kinderen tijdens het oogdruppelen bijvoorbeeld of ze nog iets leuks gaan doen vandaag of over hun vakantie. Zo leid je ze af van de angst die ze aan het opbouwen zijn. Daar probeerde ik altijd al rekening mee te houden, maar door deze cursus ben ik daar nog bewuster van.

Ook van vragen stellen leer je veel. Je bent een betere orthoptist als je het ook durft aan te geven wanneer je iets niet weet. Ik zit in een regiogroep voor orthoptisten van verschillende locaties in de regio. Deze groep heb ik vijf jaar geleden samen met een collega opgezet, in samenwerking met de NVvO. We delen casuïstiek, hoe zaken op andere locaties zijn geregeld en leren over elkaars expertise, waardoor we cliënten ook makkelijker door kunnen sturen. Onze groep is erg divers, we zijn met twaalf orthoptisten uit verschillende regio’s, academische ziekenhuizen, perifere ziekenhuizen, optiekzaken en de slechtziendenzorg. Je leert hier enorm veel van elkaar.

Intrinsieke motivatie

Ook KP helpt me bij mijn ontwikkeling. KP stimuleert je om aan je deskundigheid te werken en daarbij breder te kijken dan alleen je eigen vakgebied. KP-registratie houd je nog scherper en helpt je op alle vlakken kritisch naar jezelf te blijven kijken en te groeien. Herregistreren lijkt soms veel werk, maar als je er eenmaal aan de slag gaat is het toch wel leuk! Voor mijn vorige herregistratie heb ik cliënten om feedback gevraagd en daarbij hoorde ik hele leuke dingen terug. Ook collega’s zijn behulpzaam, die kijken kritischer.

Als je niet meegaat in de ontwikkelingen, loop je echt achter in je vak. Daarom is bij- en nascholing en betrokkenheid bij je beroepsvereniging zo belangrijk

Ik ben altijd kwaliteitsgeregistreerd geweest en vind dit heel belangrijk om te zorgen dat ik na twintig of dertig jaar nog steeds bij de tijd ben. Er verandert zoveel! Toen ik afstudeerde was er nog geen sprake van myopiemanagement, nu kunnen we niet meer zonder. Ik vind mijn werk ontzettend leuk en zeg altijd overal ja op, daarom kost het mij niet veel moeite om aan mijn eigen ontwikkeling te werken. Ik heb in één kwaliteitsregistratieperiode drie kinderen gekregen en tóch bleef ik werken aan mijn deskundigheid. Als je je werk leuk vindt, is het behalen van die punten een bijzaak.