'Als diëtist ben je het aanspreekpunt voor betrouwbare informatie over voeding'
Op school vond ik biologie erg leuk, ik ben altijd al geïnteresseerd geweest in het menselijk lichaam en gezondheid. Daarnaast heb ik mijn vader op jonge leeftijd verloren. Dat maakte me nieuwsgierig naar de invloed die je zelf op je gezondheid hebt en de rol van voeding bij het voorkomen van gezondheidsproblemen. De studie diëtetiek voelde daardoor als een logische keuze. Daarmee zou ik mensen kunnen helpen om hun eigen gezondheid te beïnvloeden.
Ik ben in 2019 afgestudeerd en heb toen een tijdje als productontwikkelaar gewerkt voor een grote retailer. Ik zette mijn expertise als diëtist in om nieuwe producten te ontwikkelen en bestaande producten te optimaliseren. In dat werk miste ik de 1-op-1 begeleiding van cliënten, waardoor ik besloot over te stappen naar de eerstelijnszorg. Inmiddels heb ik mijn eigen praktijk en werk ik op vier locaties in Friesland. Vanuit deze locaties werk ik nauw samen met onder andere fysiotherapeuten en huisartsen.
Samen zorgen dat mensen langer thuis kunnen wonen
De samenwerking begon bij de fysiotherapiepraktijk in Dokkum. Samen verkenden we de mogelijkheid om een diëtist aan de praktijk te verbinden. Zo konden cliënten die naast fysiotherapie ook baat hadden bij voedingsbegeleiding gemakkelijk worden doorverwezen. Dat is bij veel verschillende klachten waardevol, bijvoorbeeld bij reuma, herstel na een operatie, ondervoeding of sarcopenie. Het is lastig om meer spiermassa op te bouwen wanneer iemand onvoldoende passende voeding binnenkrijgt. Ook cliënten met chronische hart- en vaatklachten die bij de fysiotherapeut revalideren, willen soms aan hun gezondheid of gewicht werken. We verwijzen cliënten naar elkaar door en doordat we onder één dak werken, zijn de lijnen kort. We kunnen gemakkelijk even overleggen en elkaar goed op de hoogte houden. Zo maken we samen het verschil. Daarnaast hebben we begin dit jaar samen een GLI-programma opgezet, een gecombineerde leefstijlinterventie. Daar is veel animo voor, inmiddels zijn drie groepen gestart en staan er nog drie groepen in de startblokken.
Voeding en beweging versterken elkaar. Juist daarom is de samenwerking tussen diëtist en fysiotherapeut zo waardevol
Samen met de fysiotherapiepraktijk in Feanwâlden heb ik vorig jaar meegedaan aan het wetenschappelijk onderzoek InterGAIN. Daar werd onderzocht hoe een interprofessionele samenwerking tussen thuiszorg, de huisartsenpraktijk en mantelzorgers kon bijdragen aan de vroegtijdige signalering van ondervoeding en sarcopenie bij thuiswonende ouderen. Tijdens de pilot van dit onderzoek merkte ik hoe belangrijk het is dat mantelzorgers, thuiszorg, huisarts, fysiotherapeut en diëtist ieder vanuit hun eigen rol signaleren. Als fysiotherapeut en diëtist hebben we vervolgens de expertise om gericht te begeleiden bij het verbeteren van voeding, spiermassa en functioneren. Door de signalen met elkaar te delen, kunnen we mensen eerder en beter helpen. Dat draagt eraan bij dat mensen langer thuis kunnen wonen en de druk op de zorg afneemt.
Aan de slag met overtuigingen
Om het verschil te maken voor je cliënt moet je soms ook samenwerkingen aangaan die minder voor de hand liggen. Zo begeleid ik een cliënt met prostaatkanker, ondervoeding en sarcopenie. Deze cliënt ziet een alternatieve arts en wil zo min mogelijk koolhydraten en suikers binnenkrijgen. Zijn spiermassa ging achteruit en energie- en eiwitverrijkte voeding hielp onvoldoende, maar vanwege de koolhydraten en suikers wilde hij geen drinkvoeding gebruiken. Door met hem én zijn alternatieve arts het gesprek aan te gaan over zijn doelen, wat hij belangrijk vindt en de risico’s op achteruitgang, kwamen we samen tot een vorm van aanvullende voeding die voor hem acceptabel was. Ik vind het belangrijk om de overtuigingen van een cliënt mee te nemen en te begrijpen waar diens weerstand vandaan komt.
Op het gebied van voeding hoor je veel verschillende overtuigingen. Als diëtist ben je het aanspreekpunt voor betrouwbare informatie over voeding. Dat is soms lastig, want cliënten hebben soms sterke meningen. De uitdaging is om cliënten in hun waarde te laten, maar tegelijkertijd onderscheid te maken tussen feiten en fabels. Door betrouwbare informatie te geven en samen te zoeken naar haalbare kleine stappen, ontstaat vaak toch ruimte voor verandering. Een voorbeeld hiervan is de weerstand die ik soms tegenkom wanneer ik met cliënten met reuma de overstap van een meer dierlijk naar een meer plantaardig voedingspatroon bespreek.
Betere begeleiding door scholing
Wat me helpt bij de gesprekken die ik voer, zijn de scholingen die ik heb gevolgd op het gebied van ACT, Acceptance and Commitment Therapy. Gedrag veranderen is niet altijd makkelijk. Deze methode helpt me om tijdens gesprekken te ontdekken welke patronen verandering in de weg staan en hoe we die stap voor stap kunnen doorbreken. Laatst zag ik al na één gesprek een mooi effect bij een cliënt. We hadden samen gekeken naar haar dagritme en de verdeling van de eetmomenten. Daardoor kreeg ze meer inzicht in het verband tussen haar eetpatroon en haar stemming. Met kleine doelen konden we dit ritme bijstellen en had ze sinds dat gesprek geen eetbuien meer gehad.
Die ACT-scholing ben ik gaan volgen omdat collega’s waar ik in het verleden mee heb gewerkt hier heel enthousiast over waren. Inmiddels volg ik samen met hen intervisie en supervisie op het gebied van ACT, zodat ik mezelf hierin blijf ontwikkelen. De scholing die ik op dit moment volg, gaat over de nieuwste inzichten rondom het prikkelbaredarmsyndroom. Het is een brede scholing over onder andere voedingsinterventies, de darm-hersen-as, het microbioom, viscerale overgevoeligheid en de invloed van stress en psychologische factoren op klachten. In Leeuwarden begeleid ik veel mensen met maag-/darmklachten en dankzij deze scholing kan ik hen nog gerichter begeleiden. Het is een pittige scholing, maar wel ontzettend leerzaam!
Al die scholingen kosten veel tijd, maar ik vind alles zo leuk! Mede daardoor heb ik dit jaar een collega aangenomen. Dat versterkt de praktijk en geeft mij meer tijd, waardoor ik al dit soort projecten kan aanpakken.
Betere zorg door ontwikkeling
Veel van de scholingen en projecten die ik doe, dragen ook bij aan mijn KP-registratie. Denk bijvoorbeeld aan geaccrediteerde scholingen, intervisie en supervisie, deelname aan onderzoek, deelname aan kennisnetwerken en interprofessionele samenwerking. Omdat ik het leuk vind om mezelf te blijven ontwikkelen, gaat dat eigenlijk heel natuurlijk. Mijn tip aan andere paramedici is daarom: begin op tijd en verdiep je in je KP-registratie. Bij KP kun je zien welke activiteiten bijdragen aan je registratie. Als je activiteiten kiest die je leuk vindt en die aansluiten bij je cliënten, ontwikkel je jezelf en draag je bij aan betere zorg.
Ik zie KP niet als verplichting, maar als hulpmiddel om te groeien als professional
Als diëtist ben je een aanspreekpunt voor betrouwbare informatie over voeding en gezondheid. Met mijn KP-registratie wil ik laten zien dat ik blijf werken aan mijn deskundigheid. Ook de NVD speelt daarin een belangrijke rol. De beroepsvereniging zet zich in voor de ontwikkeling en positionering van het vak, onder andere door belangenbehartiging, kwaliteitsontwikkeling, richtlijnen en kennisdeling. Via de NVD blijf ik op de hoogte van nieuwe inzichten en richtlijnen, wetenschappelijk onderzoek, scholingen en webinars. Ook bij het aannemen van mijn collega heb ik veel aan informatie van de NVD gehad. Tijdens hun regiobijeenkomsten leer je collega’s uit de regio en hun specialismen beter kennen en kun je elkaar makkelijker vinden wanneer dat nodig is. Goede voedingszorg staat niet op zichzelf. Juist door samen te werken met andere zorgverleners kunnen diëtisten eerder signaleren, beter begeleiden en bijdragen aan passende zorg dichtbij huis.
Om de beroepsgroep in Friesland verder te versterken is de Diëtisten Coöperatie Friesland opgericht. 85% van de praktijken in Friesland doen hieraan mee. Dat is bijzonder voor een monodisciplinair netwerk! We willen in de toekomst ook graag een breder paramedisch platform opzetten. Zo kunnen we de zorg met verschillende paramedische disciplines nog beter op elkaar afstemmen.